A - I n f o s

Een nieuws service door, voor en over anarchisten in meerdere talen **
Nieuws in Alle Talen
De laatste 40 berichten (Homepage) De berichten van de laatste twee weken Onze archieven van oude berichten

De laatste 100 berichten, naar gelang van taal
Castellano_ Català_ Deutsch_ Nederlands_ English_ Français_ Italiano_ Português_ Russkyi_ Suomi_ Svenska_ Türkçe_ The.Supplement

De Eerste Zinnen van De Laatste 10 berichten op:
Castellano_ Català_ Deutsch_ Nederlands_ English_ Français_ Italiano_ Polski_ Português_ Russkyi_ Suomi_ Svenska_ Türkçe

De Eerste zinnen van alle berichten van de laatste 24 uren
Links to indexes of First few lines of all posts of last 30 days | of 2002 | of 2003
| of 2004 | of 2005 | of 2006 | of 2007
Abonneer je op de a-infos nieuwsgroepen

(nl) black.rosefed: Elliott Liu, Maoisme en de Chinese Revolutie: Een kritische introductie (PM Press, 2016) door Javier Sethness [en]

Date Thu, 11 Aug 2016 07:35:33 +0300


Dit werk, het zesde deel in PM Press’ “Revolutionaire Pocket Books” serie, levert een indringende bespreking van de filosofie en de historische praktijken van het Maoisme voor, tijdens en na de Chinese Revolutie van 1949. Liu, een organisator bij Take Back the Bronx in New York, laat zien dat het Maoisme in essentie totalitair is – een “interne kritiek op het Stalinisme die niet breekt met het Stalinisme.” Parallel met Loren Goldner’s argumentatie in “Notes toward a Critique of Maoism” (2012), beschuldigt Liu Mao Zedong en de Chinese Communistische Partij (CCP) van het opleggen van het staatskapitalisme aan de Chinese massa’s en, inderdaad, van het voorbereiden van de liberaliserende hervormingen die na Mao’s dood door Deng Xiaoping werden doorgevoerd – dit door middel van de onderdrukking van de revolutionaire zelf-organisatie van boeren en arbeiders door de CCP, binnen de Leninistisch-Stalinistische traditie. Hoewel Liu meer nadruk legt op ontwikkelingen binnen China dan op internationale betrekkingen, laat ieder onderzoek van Mao’s buitenlandse beleid – het ondersteunen van de Sovjet onderdrukking van de Hongaarse Revolutie, het openen van onderhandelingen met Nixon, het onder de eerste landen zijn van het erkennen van Pinochet’s staatsgreep in Chili, het steunen van UNITA tegenover de MPLA in Angola – duidelijk zien dat het een duidelijke fout is om het Maoisme als een bevrijdende filosofie te zien. In deze tekst analyseert Liu de Chinese Revolutie, waarbij hij een libertair-communistisch of anarchistisch perspectief gebruikt.

De oorsprong van het Maoisme als een ideologie van opstandige boeren heeft veel te danken aan de macht van de Stalinistische Communistische Internationale (Comintern), die, in een poging de Sovjet Unie te beschermen door het imperialisme te destabiliseren, de Chinese Communisten opdroeg samen te werken met de Kuomintang (KMT), geleid door Chiang Kai-Shek. Na het overnemen van de macht, met hulp van de CCP, in 1927, onderdrukte Chiang de arbeiders communes van Shanghai en Canton, wat er toe leidde dat Mao de Lange Mars naar Yanan ondernam en tot een heroriëntatie in de richting van de Chinese boeren als een potentiele massa-basis. Hoewel de CCP diens aanwezigheid op het platteland enorm uitbreidde door landhervormingen die de klasse van landeigenaren grotendeels onteigenden, waardoor het Rode Leger enorm in omvang toenam, beschermden Mao’s kaders in bepaalde gevallen het eigendom van de adel die de oorlog tegen de bezettende Japanse macht steunde, of die waren verbonden aan de KMT, zoals tijdens het geval van de Verenigd Front strategie, opnieuw met het mandaat van Moskou, om Japan tegen te werken. Door deze conservatieve rol te spelen liep de CCP vooruit op het moment waarop het de burgerlijk-feodale heersende klasse zou vervangen door tijdens de Chinese Revolutie (1949) de staatsmacht over te nemen. Zelfs op dit punt, het hoogtepunt van de overwinning, merkt Liu op dat de CCP niet bereid was het massaal in beslag nemen van land door boeren of zelfbestuur van proletariërs in de steden te steunen.

In plaats daarvan volgde Mao grotendeels het Stalinistische model van nationalisatie en uitbreiding van de zware industrie en collectivisering van de landbouw, zoals uiteengezet door de partij in Vijf-Jaren Plannen die waren ontworpen in het belang van het veiligstellen van “primitief socialistische (d.w.z. staatskapitalistische) accumulatie”, volgens een eerdere theorie van de Sovjet econoom Yevgeni Preobrazhensky. In reactie op de sterker wordende klasse ongelijkheden door zulke ontwikkelingen riep Mao in 1956 op tot “het bloeien van honderd bloemen” en het stimuleren van ontevredenheid onder het volk – of “kritiek” – maar toen “ultra-linkse” kritiek naar de oppervlakte kwam en in Shanghai massale stakingen uitbraken, verwierp hij zulke “afwijkingen”, waarbij hij ze in verband bracht met de “bedrogen” Hongaarse revolutionairen die door de USSR werden onderdrukt. De prominente studenten leidster Lin Hsiling noemde de CCP nadrukkelijk een bureaucratie die over de arbeidersklasse heerste, zonder democratie, en ze kreeg om die reden volgelingen. In reactie hierop begon Mao de “Anti-Rechtse Campagne” om zulke kritisch intellectuele elementen samen met meer conservatieve krachten de kop in te drukken. Toen verhoogde de Grote Sprong Voorwaarts (1956-1958), die vooral werd gelanceerd voor de accumulatie van kapitaal, China’s industriële – en landbouw productie, aangezien de staat steeds meer van de boeren afnam, waardoor tientallen miljoenen van hen ten onder gingen door hongersnood [1]. Zoals Liu schrijft veroorzaakte de hyper-uitbuiting van de werkende klassen die door Mao en de CCP werd doorgevoerd niet alleen de accumulatie van staatskapitaal, maar ook de accumulatie van lijken. Vandaar is het niet zo verrassend dat Mao, over de opmerkingen van Nikita Chroestsjov tijdens het Twintigste Sovjet Congres (1956) over Stalinistische gruwelijkheden die uiteindelijk zouden leiden tot de Chinees-Sovjet Splitsing, verklaarde dat Stalin “30 procent fout en 70 procent goed” was geweest.

De Chinese Culturele Revolutie (1966-1976), door Mao doorgevoerd om bureaucratische rivalen op te ruimen en de dreiging van “kapitalistisch herstel” af te wenden, bracht een soortgelijke dynamiek teweeg als de Honderd Bloemen Campagne, waardoor de CCP opdracht gaf tot een opstand vanaf de basis, slechts om die te vermorzelen op het moment dat het de overheersing van de partij in gevaar bracht. Terwijl de Rode Gardes die opriepen tot het verdedigen van de Revolutie betrokken waren bij verschillende vormen van kritiek op hun “zwarte” tegenstanders – het overblijfsel van de onteigende feodaal-burgerlijke klasse – wilden arbeiders in Shanghai het lokale partij leiderschap ontslaan en een “Volkscommune” oprichten, die leidde tot de Januari Revolutie van 1967 die zich verspreidde naar enkele provincies. Hoewel de Commune werd verslagen door de inspanningen van Mao en diens loyale volgelingen merkt Liu op dat deze ontwikkelingen een anders “ultra-linkse” tendens voortbracht die streefde naar proletarische organisatie buiten de CCP om, “een revolutionaire splitsing in het leger, en een nieuwe revolutie in China.” Volgens Liu vond de meest prominente kristallisatie van ultra-links in de Culturele Revolutie uitdrukking in Shengwulian, of het Hunan Voorlopige Proletarische Revolutionaire Grote Alliantie Comite, wiens lid Yang Xiguang een zeer invloedrijk boek schreef, die de instelling van een “Volkscommune van China” stimuleerde en de arbeidersklasse aanraadde zich autonoom te organiseren tegenover de “Rode” kapitalistische klasse. Niettemin, de CCP zette de krachten van repressie in om Shengwulian in 1968 te onderdrukken en zette daarna de staat in om de overheersing van de arbeiders in het eigen land in stand te houden en vijanden van de Sovjet Unie te steunen – UNITA in Angola, Pinochet in Chili – terwijl ondertussen werd gestreefd naar normalisering van de verhoudingen met de VS. Tenslotte werd, voorafgaand aan de dood van Mao in 1976, het Shanghai Textboek gepubliceerd, die een samenvatting bevatte van de inzichten van de communistische leider over de veronderstelde overgang naar het socialisme – hoewel de tekst in werkelijkheid, zoals Liu opmerkt, meer gaat over “het juiste management van het staatskapitalisme.”

Dus in essentie zien we dus de ontwikkelingen van de CCP in de loop van de tijd, van actieve samenwerking met de burgerlijk-nationalisten van de KMT tot de vervanging van feodaal-kapitalistische productieverhoudingen door staatskapitalistische productieverhoudingen. Terwijl Mao en de CCP mogelijk hebben geprobeerd wat van de excessen van het Stalinisme te vermijden door het doorvoeren van meer participatie elementen zoals de massa-lijn, kritiek en zelfkritiek in de wereld van de politiek, werkten ze in werkelijkheid systematisch aan het onderdrukken van iedere mogelijkheid van een radicalere revolutie die zelfbestuur en autonomie onder de Chinese arbeiders en boeren zou doorvoeren – opnieuw parallel aan de Bolsjewieken, tegen wie de Derde Revolutie ontstond van opstandige boeren en arbeiders, van de Kronstadt Commune en de aanhangers van Makhno tot andere vormen van rebellie op het platteland, zoals in de Tambov regio in reactie op de hongersnood die werd veroorzaakt door de schema’s van de Rode Staat over graan vereisten. Zoals Liu samenvat: “Mao streefde er subjectief naar een kapitalistisch herstel te voorkomen [tijdens de Culturele Revolutie], maar versterkte objectief gezien diens behoud, door te voorkomen dat enige kracht in staat zou zijn het uit te dagen.” Het is geen overdrijving om te stellen dat Deng Xiaoping’s kapitalistische hervormingen geen totale tegenstelling met Mao’s vastgestelde benadering vormden, zoals Chroestjov door ging met het propageren van Stalinistisch beleid, nadat hij zijn voorganger in de “Geheime Toespraak” had bekritiseerd.

Filosofisch gezien gaat het Maoisme niet ver voorbij Stalinistisch reductionisme. Volgens Liu rationaliseert Mao’s conceptie van dialectiek de vervanging van autonome proletarische strijd door de partij, en stellingen dat het klasse beleid van een gegeven staat moeten worden geanalyseerd met verwijzing naar de ideologie van diens leiderschap, niet de echte klasse samenstelling van dit leiderschap. Het is te wijten aan zulk redeneren dat Mao’s CCP Chroestjov’s regime kon beoordelen als “burgerlijk”, tegenover het veronderstelde eerdere revolutionaire beleid van Stalin. Met de voortgang van de Chinese Revolutie begon de CCP in toenemende mate – net als de Bolsjewieken – alle oppositie krachten als reactionair-burgerlijk af te schilderen, zelfs en in het bijzonder als bewegingen zoals Shengwulian en de Shanghai Commune veel meer revolutionair waren dan het zelf was. Zoals Liu opmerkt werden de etiketten “revolutionair” en “reactionair” in het Maoistische China gewoonlijk gebruikt met verwijzing naar de houding tegenover de partij, in plaats van de werkelijke aard van iemands beleid. Tenslotte zou men kunnen zeggen dat het Maoistische gender beleid de voorkeur heeft boven feodaal-kapitalistisch gender beleid, maar dit kan niet eenvoudig worden gescheiden van het algehele Maoistische staatskapitalisme – zodat een autonoom feminisme veel meer belooft voor collectieve bevrijding.

In het licht van deze overwegingen is Liu’s conclusie juist: “voor revolutionairen die streven naar een vrije, anarchistische en communistische maatschappij moet het Maoisme als geheel worden verworpen.” Als een alternatief voor het Maoisme en alle andere vormen van autoritair socialisme die partij en staat in de plaats stellen van radicale proletarische zelf-activiteit moeten de revolutionairen van nu strijden voor “vormen van massale, gefedereerde, bewapende en direct democratische sociale organisatie” op de regionale en wereldwijde niveau’s, waarbij zo veel mogelijk moet worden gewerkt aan “het behouden en uitbreiden van rebelse gebieden die revolutionaire activiteit toestaan.”

De meningen die in deze bespreking worden gepubliceerd vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de meningen van Black Rose/Rosa Negra als een federatie of die van de afdeling Los Angeles.

[1] Zie Yang Jisheng, Tombstone: The Great Chinese Famine, 1958-1962 (New York: Farrar, Straus en Giroux, 2012)

http://www.blackrosefed.org/book-review-maoism-chinese-revolution
------------------------------------------
Orig: (en) black.rosefed: Elliott Liu, Maoism and the Chinese Revolution: A critical introduction (PM Press, 2016) by Javier Sethness
_______________________________________
A - I n f o s N i e u w s S e r v i c e
Door, Voor en Over anarchisten
Send news reports to A-infos-nl mailing list
A-infos-nl@ainfos.ca
Subscribe/Unsubscribe http://www.ainfos.ca/cgi-bin/mailman/listinfo/a-infos-nl
Archive http://ainfos.ca/nl