A - I n f o s
a multi-lingual news service by, for, and about anarchists **

News in all languages
Last 40 posts (Homepage) Last two weeks' posts

The last 100 posts, according to language
Castellano_ Català_ Deutsch_ Nederlands_ English_ Français_ Italiano_ Polski_ Português_ Russkyi_ Suomi_ Svenska_ TŁrkÁe_ The.Supplement
First few lines of all posts of last 24 hours || of past 30 days | of 2002 | of 2003 | of 2004

Syndication Of A-Infos - including RDF | How to Syndicate A-Infos
Subscribe to the a-infos newsgroups
{Info on A-Infos}

(nl) Cuban anarchism: the history of a movement door Frank Fernandez - Inleiding door Chaz Bufe (en)

From Rob Visser <rvisser@antenna.nl>
Date Wed, 17 Mar 2004 19:08:48 +0100 (CET)


___________________________________________________
A - I N F O S N E W S S E R V I C E
http://www.ainfos.ca/
http://ainfos.ca/index24.html
-________________________________________________

Dit is geen gewone geschiedenis. Eerder is het een eerbetoon aan de
duizenden Cubaanse anarchisten die zich gedurende een periode van
meer dan een eeuw inzetten voor een vrije, meer rechtvaardige wereld,
en die, maar niet voor dit boek, bijna geheel vergeten zouden blijven.
Dat zou een tragedie zijn, aangezien ze bijna allemaal idealistische,
bewonderenswaardige mensen waren, en velen waren werkelijk
heldhaftig. Allen verdienen ze historisch eerbetoon meer dan
machtshongerige dictators als Gerardo Machado, Fulgencio Batista, en
Fidel Castro. De schrijver van dit werk, Frank Fernandez, is gedurende
decennia lid geweest van de Movimiento Libertario Cubano en Exilio
(MLCE), en was de editor van haar lang bestaande periodiek, Guangara
Libertaria, waarvoor hij gemakkelijk een half miljoen, en misschien een
miljoen, woorden schreef over de Cubaanse geschiedenis en politiek.
Hij is ook de schrijver van het boek La sangre de Santa Agueda, wat
gaat over een centraal staande gebeurtenis in de Spaanse en
Cubaanse geschiedenis, de moord op de Spaanse premier Canovas
del Castillo in 1897.

Zoals de andere leden van de MLCE en hun voorgangers in Cuba, heeft
Frank zijn politieke werk gedaan in zijn "vrije" tijd - na zijn dagelijkse
werk als een mechanisch ingenieur - en heeft nooit een cent ontvangen
voor zijn ontelbare uren werk in dienst van de Cubaanse vrijheid. Hij
schrijft hier vanuit een diepe overtuiging en ook vanuit een diepe kennis
over de geschiedenis van Cuba en haar anarchistische beweging. Die
kennis omvat persoonlijke kennismaking met de meeste van de
Cubaanse anarchisten die worden genoemd in de hoofdstukken 4 en 5,
wier getuigenis en herinneringen de basis van deze hoofdstukken
vormen.

Als men deze geschiedenis over het Cubaanse anarchisme leest, wordt
men getroffen door zowel de immense moed en toewijding van de
Cubaanse anarchisten, als door de lessen die uit hun strijd kunnen
worden geleerd. Een bijzonder pikante les is die over zogenaamde
oorlogen voor nationale bevrijding. In de jaren '90 van de 19e eeuw
raakte de grote en machtige Cubaanse anarchistische beweging
verdeeld over de kwestie of moest worden meegedaan aan de strijd
voor nationale onafhankelijkheid. Een groot aantal anarchisten liep over
naar de onafhankelijkheidsbeweging, maar deze beweging bleek een
ramp te zijn voor zowel de anarchisten, die serieus werden verzwakt,
als voor het Cubaanse volk als geheel, waarvan honderdduizenden
stierven tijdens het conflict. Uiteindelijk werd niets waardevols bereikt,
het Spaanse kolonialisme werd vervangen, maar door een republiek in
de handen van de suikerbaronnen en in stand gehouden door
buitenlandse financiŽle belangen. In ieder geval leerden sommige
Cubaanse anarchisten duidelijk van dit fiasco - dat het voor anarchisten
altijd een fout is om hun principes terzijde te schuiven en toekomstige
regeerders te steunen, ongeacht hoe "nationalistisch" of "progressief"
ze waren - maar een groot aantal andere anarchisten deden dit duidelijk
niet.

Twintig jaar na deze Cubaanse ramp steunden grote aantallen van de
anarchisten wereldwijd (waaronder veel Cubanen) de bolsjewistische
regering na de Russische revolutie in 1917. Ondanks toenemend bewijs
van de brutale, totalitaire aard van het Communistische regime zetten
veel anarchisten hun steun voort tot ver in de jaren '20, toen twee
bekende en gerespecteerde anarchisten, Alexander Berkman (in The
Russian Tragedy en The Bolsjevik Myth) en Emma Goldman (in My
Disillusionment in Russia en My Further Disillusionment in Russia) de
waarheid onthulden. Zelfs toen weigerden sommige anarchisten hun
illusies over de aard van de "arbeidersstaat" op te geven.

Deze situatie herhaalde zich met Castro's greep naar de macht in 1959.
Een groot aantal anarchisten, in het bijzonder in Europa, zagen zo
wanhopig uit naar positieve sociale verandering dat ze die zagen waar
die niet was - in Cuba, voor een deel dankzij een sluwe desinformatie
campagne door Castro's propaganda apparaat. Ondanks onderdrukking
van burgerlijke vrijheden, het verbod van onafhankelijke politieke
activiteit, de overname van de vakbonden door de regering, de
militarisering van de economie, de geleidelijke verarming van het land
(ondanks massieve economische hulp van de Sovjet Unie), het opnieuw
ontstaan van een klassensysteem, de instelling van een netwerk van
politieke spionnen in iedere buurt (de zogenaamde Comitťs voor de
Verdediging van de Revolutie), en de door de regering gesteunde
persoonlijkheidscultussen die groeiden rond Fidel Castro en Ernesto
("Che") Guevara, steunden grote en belangrijke delen van de
wereldwijde anarchistische beweging Castro tot ver in de jaren '70 van
de 20e eeuw.

Die situatie begon te veranderen in 1976 met de publicatie van The
Cuban Revolution: A Critical Perspective van de gerespecteerde
Amerikaanse anarchist Sam Dolgoff. Maar zelfs nu laten sommige
anarchisten zich nog misleiden door de "revolutionaire" retoriek en de
dekmantel van maatregelen voor sociaal welzijn door het regime van
Castro, waarmee het haar meedogenloze vastberadenheid om koste
wat het kost aan de macht te blijven verhult.

De Cubaanse ervaring verschaft ons waardevolle lessen. Twee van de
meest belangrijke lessen zijn dat anarchisten nooit marxistische
regimes zouden moeten steunen, en dat ze extreem voorzichtig moeten
zijn met het steunen, laat staan meedoen aan, zogenaamde oorlogen
voor nationale bevrijding. Dit zijn de negatieve lessen die kunnen
worden geleerd uit de geschiedenis van Cuba's anarchisten. De
positieve les is dat het mogelijk is een grote, machtige revolutionaire
beweging op te bouwen, ondanks gebrek aan fysieke hulpmiddelen,
door toewijding en hard werken.

Voordat wordt overgegaan tot de kern van dit boek is het nodig de
ideologie van Cuba's anarchisten te beschouwen. Omdat er zo veel
populaire misverstanden zijn over het anarchisme, is het nodig duidelijk
te maken wat het anarchisme is en wat het niet is. Ten eerste, wat het
niet is:

Anarchisme is niet terrorisme. Een overweldigende meerderheid van de
anarchisten heeft terrorisme altijd afgewezen, omdat ze intelligent
genoeg zijn om te beseffen dat de middelen de doelen bepalen, dat
terrorisme inherent is aan een voorhoede, en dat zelfs als het
"succesvol" is het bijna altijd leidt tot slechte gevolgen. De anonieme
schrijvers van You Can't Blow Up a Social Relationship: The Anarchist
Case Against Terrorism stellen het als volgt:

De totale ineenstorting van deze maatschappij levert geen garanties
voor wat het vervangt. Tenzij een meerderheid van het volk de ideŽen
en organisatie had die volstaan voor de creatie van een alternatieve
maatschappij, zouden we zien dat de oude wereld zich herstelt omdat
het is wat mensen gewend zouden zijn, waar ze in geloofden, wat in hun
eigen persoonlijkheden als vanzelfsprekend bestond.

Voorstanders van terrorisme en guerillastrijd moeten worden bestreden
omdat hun acties bij een voorhoede horen en autoritair zijn, omdat hun
ideŽen, in de mate waarin ze substantieel zijn, fout zijn of niet
samenhangen met de gevolgen van hun acties (in het bijzonder als ze
zichzelf libertairen of anarchisten noemen), omdat hun moorden niet
kunnen worden rechtvaardigd, en tenslotte omdat hun actie ofwel
repressie zonder iets in ruil hiervoor voortbrengen, of een autoritair
regime.

Decennia van laster van regeringen en bedrijven kun deze werkelijkheid
niet veranderen: de overweldigende meerderheid van de anarchisten
verwerpt het terrorisme om zowel praktische als ethische redenen. Time
magazine noemde Ted Kaczynski recentelijk "de koning van de
anarchisten", maar maakt dit niet zo; de woorden van Time zijn alleen
maar een typerende, misschien doelbewust oneerlijke, poging om alle
anarchisten in een negatief voetlicht te brengen.

Dit betekent niet dat gewapend verzet nooit geschikt is. Het is duidelijk
dat er situaties zijn dat men weinig keus heeft, zoals in een dictatuur die
burgerlijke vrijheden onderdrukt en voorkomt dat men openlijk handelt -
wat in Cuba herhaaldelijk is gebeurd. Zelfs dan zou met
terughoudendheid en als een laatste toevlucht tot gewapend verzet
moeten worden overgegaan, omdat geweld inherent ongewenst is
vanwege het lijden dat het veroorzaakt; omdat het repressieve regimes
excuses levert voor verdere repressie; omdat het hen de mogelijkheid
geeft gruwelijkheden tegen burgers aan te richten en hun
"terroristische" tegenstanders de schuld te geven van deze
gruwelijkheden (zoals recentelijk gebeurde in Algerije); en omdat, zoals
de geschiedenis heeft aangetoond, de kansen op zelfs maar beperkt
succes vrij laag zijn.

Hoewel in repressieve situaties soms kan worden overgegaan tot
gewapend verzet, is het een heel andere kwestie dan je overleveren
aan de romantiek van het geweer en je bezig te houden met stedelijke
guerilla oorlogvoering in relatief open maatschappijen waarin de
burgerlijke vrijheden grotendeels intact zijn en waarin men bij het begin
van de gewelddadige campagne geen massale steun van het volk
heeft. Geweld doet in zulke situaties weinig anders dan het publiek in de
"beschermende" armen van de regering drijven; het vernauwt de
politieke dialoog (waarbij het er toe neigt de bevolking te polariseren in
pro- en anti-guerilla facties); voor de overgrote meerderheid van het
volk wordt politiek omgevormd tot een sport voor toeschouwers; het
verschaft de regering een handig excuus om de burgerlijke vrijheden te
onderdrukken; en het veroorzaakt de aanvang van repressieve regimes,
"beter" in staat om het "terroristische" probleem aan te pakken dan hun
meer tolerante voorgangers. Het is ook de moeite waard om te
vermelden dat de kansen van succes van zulke gewelddadige
campagnes van een voorhoede erg klein zijn. Ze zijn eenvoudigweg
arrogante, slecht doordachte wegen naar rampen.

Anarchisme is niet primitivisme. In recente decennia zijn groepen van
quasi-religieuze mystici begonnen het primitivisme dat ze voorstaan
(verwerping van "technologie", wat dat dan ook moge betekenen) gelijk
te stellen met het anarchisme. In werkelijkheid hebben de twee niets
met elkaar te maken, zoals we zullen zien als we nagaan wat het
anarchisme werkelijk is - een set van filosofische/ethische grondregels
en organisatorische principes die zijn ontworpen om de vrijheid van de
mens te maximaliseren.

Voor dit moment is het voldoende te zeggen dat de vernietiging van
technologie die door primitivistische groepen wordt voorgestaan
onvermijdelijk de dood van letterlijk miljarden mensen zou betekenen, in
een wereld die zo afhankelijk is van met elkaar verbonden
technologieŽn voor alles van voedselproduktie en distributie tot
communicatie tot medische behandeling. Dit fervent gewenste resultaat,
de vernietiging van technologie, zou alleen kunnen gebeuren door
middelen die het absolute tegendeel van het anarchisme zijn: het
gebruik van dwang en geweld op een massale schaal.

Anarchisme is niet chaos; anarchisme is niet verwerping van
organisatie. Dit is een andere populaire misvatting, eindeloos herhaald
door de media en door de politieke vijanden van het anarchisme, in het
bijzonder marxisten (die soms beter weten). Zelfs een korte blik op de
werken van de leidende theoretici en schrijvers van het anarchisme
bevestigt dat dit geloof een vergissing is. Steeds weer vindt men in de
geschriften van Proudhon, Bakunin, Kropotkin, Rocker, Ward,
Bookchin, et al., niet een verwerping van organisatie, maar eerder een
bezorgdheid over hoe de maatschappij in overeenstemming met de
anarchistische principes van individuele vrijheid en sociale
rechtvaardigheid zou moeten worden georganiseerd. Gedurende
anderhalve eeuw hebben anarchisten gesteld dat dwang, hiŽrarchische
organisatie (zoals belichaamd in de regering) niet gelijk staat aan
organisatie op zich (wat ze als noodzakelijk beschouwen), en dat
organisatie met dwang zou moeten worden vervangen door
gedecentraliseerde, niet-hiŽrarchische organisatie (zoals belichaamd in
de regering) niet gelijk staat aan organisatie op zich (wat ze als
noodzakelijk beschouwen), en dat organisatie met dwang zou moeten
worden vervangen door gedecentraliseerde, niet-hiŽrarchische
organisatie gebaseerd op vrijwillige samenwerking en wederzijdse hulp.
Dit is geen verwerping van organisatie.

Anarchisme is niet immoreel egoisme. Zoals iedere avant garde sociale
beweging trekt het anarchisme meer dan haar aandeel aan van
vlokken, parasieten, sociopathen, personen die alleen zoeken naar een
mooi label om hun vaak-pathologische egoisme, hun gebrek aan
respect voor de rechten en waardigheid van anderen, en hun
pathetische wens om in het centrum van de belangstelling te staan.
Deze individuen neigen er toe het anarchisme een slechte naam te
bezorgen, omdat, hoewel ze weinig gemeenschappelijk hebben met
werkelijke anarchisten, - d.w.z. personen die zich inzetten voor ethisch
gedrag, sociale rechtvaardigheid, en de rechten van zowel zichzelf als
die van anderen - ze vaak nogal exhibitionistisch zijn, en hun weinig
eervolle acties soms in het oog van het publiek vallen. De situatie
verslechtert nog doordat deze exhibitionisten hun zelf-ophemelende
inzichten soms publiceren als, en bewust deze inzichten verkeerd
voorstellen, als "anarchistisch". Om een voorbeeld te noemen
publiceerde de publicist van een pretentieus Amerikaans blad,
ondertiteld met "anarchistisch", recentelijk een boek door een mede
egoist dat grotendeels bestond uit eindeloze aanvallen op werkelijke
anarchisten - waarbij ze wisten dat de "anarchistische" schrijver van het
boek een bekende informant van de drugsbrigade van de politie was.
Zulke individuen kunnen het label misbruiken, maar ze zijn alleen
anarchisten in de zin dat de nu afgeschafte Duitse Democratische
Republiek (Oost Duitsland) democratisch en een republiek was.

Dit is wat het anarchisme niet is. Dit is wat het is: in haar meest
beperkte zin is het anarchisme eenvoudigweg de verwerping van de
staat, de verwerping van dwangmatig bestuur. Onder deze extreem
nauwe definitie zijn zelfs zulke schijnbaar absurde stromingen als
"anarcho-kapitalisme" en godsdienstig anarchisme mogelijk. Voorzover
ik weet zijn er niet zulke fraaie voorbeelden van anarcho-kapitalisten.

Maar de meeste anarchisten gebruiken de term "anarchisme" in een
veel bredere zin, waarbij het wordt gedefinieerd als de verwerping van
dwang en overheersing in alle vormen. Dus verwerpen de meeste
anarchisten niet alleen dwangmatig bestuur, maar ook godsdienst en
het kapitalisme, die ze zien als andere vormen van de tweeling van het
kwaad, overheersing en dwang. Ze verwerpen godsdienst omdat ze het
zien als de ultieme vorm van overheersing, waarin een veronderstelde
almachtige god "gij zults" en "gij zult niets" voorschrijft aan zijn "kudde".
Dienovereenkomstig verwerpen ze het kapitalisme omdat het is
ontworpen om rijk en arm voort te brengen, omdat het onvermijdelijk
een systeem van overheersing voortbrengt waarin sommigen bevelen
geven en anderen geen andere keus hebben dan ze op te volgen. Om
soortgelijke redenen verwerpen bijna alle anarchisten op een
persoonlijk vlak seksisme, racisme, en homofobie - die allemaal
kunstmatige ongelijkheid, en dus overheersing, voortbrengen.

Om dit op een andere manier te stellen geloven anarchisten in vrijheid
in zowel haar negatieve als positieve zin. In dit land wordt vrijheid uit
routine alleen voorgesteld in haar negatieve zin, dat van vrij zijn van
beperkingen. Vandaar dat de meeste mensen vrijheid slechts gelijk
stellen met zulke dingen als vrijheid van meningsuiting, vrijheid van
organisatie, en vrijheid van (of voor) godsdienst. Maar er is ook een
positief aspect aan vrijheid, een aspect dat bijna alleen anarchisten
benadrukken.

Dat positieve aspect is wat Emma Goldman de vrijheid tot noemde. En
die vrijheid, de vrijheid van actie, de vrijheid om te genieten of te
gebruiken, is vergaand afhankelijk van toegang tot de hulpbronnen van
de wereld. Hierom zijn de rijken, in een zeer werkelijke zin, in veel
grotere mate vrij dan de rest van ons. Om een voorbeeld te noemen op
het gebied van vrijheid van meningsuiting, zou Donald Trump
gemakkelijk tientallen dagbladen of televisiestations kunnen kopen om
zijn inzichten te propageren en de publieke opinie te beinvloeden.
Hoeveel arbeiders zouden hetzelfde kunnen doen? Hoeveel arbeiders
zijn in staat een dagblad of een enkel televisiestation te kopen? Het
antwoord is duidelijk. Arbeiders kunnen zulke dingen niet doen; in plaats
hiervan zijn ze beperkt tot het maken van blaadjes met een aantal
lezers van enkele honderden personen of bladzijden op het Internet
plaatsen tijdens hun naar verhouding kleine aantal uren vrije tijd.

Voorbeelden van de grotere vrijheid van de rijken zijn er in het
dagelijkse leven in overvloed. Om het in algemene termen te stellen,
omdat ze niet hoeven te werken hebben de rijken niet alleen veel meer
geld (dat wil zeggen, meer toegang tot hulpbronnen) maar ook veel
meer tijd om hun belangen, plezier, en verlangens na te streven dan de
rest van ons. Om een concreet voorbeeld te noemen zijn de rijken vrij
hun kinderen naar de beste scholen met het beste onderwijzend
personeel te sturen, terwijl de rest van ons, als we al in staat zijn
onderwijs te volgen, het moet doen met openbaar onderwijs waarin
loonslaven en overwerkte, onderbetaalde studenten met een graad
helpen bij het onderwijs. Eenmaal op school zijn de kinderen van de
rijken geheel vrij om hun studie te volgen, terwijl de meeste andere
studenten in ieder geval part time moeten werken om zichzelf in leven
te houden, waardoor vele uren verloren gaan die aan studie hadden
kunnen worden besteed. Als je er over nadenkt kun je gemakkelijk
andere voorbeelden van de grotere vrijheid van de rijken vinden op de
gebieden van gezondheidszorg, huisvesting, voeding, reizen, enz. in
feite op ieder gebied van het leven.

Deze grotere vrijheid van actie van de rijken gaat ten koste van ieder
ander, door de vermindering van de vrijheid van actie van ieder ander.
Hier is niet aan te ontkomen, gegeven dat vrijheid van actie in grote
mate wordt bepaald door toegang tot eindige hulpbronnen. Anatole
France gaf de verschillen tussen de beperkingen die worden gesteld
aan de rijken en de armen goed aan toen hij schreef "De wet, in haar
majestueuze gelijkheid, verbiedt de rijk evenals de armen onder
bruggen te slapen, om in de straten te bedelen, en om brood te stelen."

Omdat het voornaamste doel van het anarchisme de grootst mogelijke
hoeveelheid vrijheid voor allen is, dringen anarchisten aan op gelijke
vrijheid in zowel de negatieve als positieve zin - dat, in de negatieve zin
individuen vrij zijn te doen wat ze willen zo lang ze anderen niet schaden
of direct tegenwerken; en, in de positieve zin, dat alle individuen gelijke
vrijheid tot handelen hebben, dat ze gelijke toegang tot de hulpbronnen
van de wereld hebben.

Anarchisten erkennen dat absolute vrijheid een onmogelijkheid is. Waar
ze voor pleiten is dat iedereen gelijke vrijheid van beperkingen heeft
(slechts beperkt door respect voor de rechten van anderen) en dat
iedereen zo veel mogelijk gelijke toegang tot hulpbronnen heeft,
waardoor gelijkheid (of bijna gelijkheid) van vrijheid van handelen wordt
zeker gesteld.

Dit is anarchisme in historische zin.

In Cuba, zoals in Spanje en enkele andere landen, zijn er door de
beweging die bekend staat als het anarchosyndicalisme serieuze
pogingen gedaan om deze theorie werkelijkheid te laten worden. Het
voornaamste doel van het anarchosyndicalisme is het vervangen van
de dwangmatige regering door vrijwillige samenwerking in de vorm van
door arbeiders beheerste vakbonden die de gehele economie
coordineren. Dit zou niet alleen de voornaamste beperking van de
negatieve vrijheden (de regering) wegnemen, , maar zou ook een
enorme stap in de richting van het bereiken van positieve vrijheid (de
vrijheid tot) zijn. Het dichtste bij verwerkelijking kwam deze visie in de
Spaanse Revolutie, 1936-1939, toen grote gebieden van Spanje,
waaronder de meest vergaand geindustrialiseerde regio, CataloniŽ,
onder controle kwam van de anarchosyndicalistische Confederacion
Nacional del Trabajo. George Orwell beschrijft dit resultaat in Homage
to Catalonia:

De anarchisten hadden nog steeds controle over CataloniŽ en de
revolutie was in volle gang Ö.het aspect van Barcelona was
opzienbarend en overweldigend. Het was de eerste keer dat ik ooit in
een stad ben geweest waarin de arbeidersklasse in het zadel zat.
Praktisch ieder gebouw van enige omvang was door de arbeiders
overgenomen en werd behangen met rode vlaggen of met de rood en
zwarte vlag van de anarchisten; Ö Iedere winkel en cafť had een
opschrift waarop stond dat het was gecollectiviseerd; zelfs de
"blootblacks" waren gecollectiviseerd en hun dozen rood en zwart
geschilderd. Kelners en winkelmedewerkers keken je in het gezicht en
behandelden je als een gelijke. Onderdanige en zelfs ceremoniŽle
vormen van praten waren tijdelijk verdwenenÖ. De revolutionaire
posters waren overal, vlammend vanaf de muren in schoon rood en
blauw, die de enkele overgebleven advertenties lieten lijken op stukken
modderÖ. Dat alles was vreemd en emotioneel. Er zat veel in dat ik niet
begreep, in sommige wijzen mocht ik het ook niet, maar ik herkende het
onmiddellijk als een situatie waarvoor het de moeite waard is te strijden.

Dit is waar de Cubaanse anarchisten voor streden. Terwijl ze niet
bereikten wat hun Spaanse kameraden bereikten, bouwden ze een van
de grootste anarchosyndicalistische bewegingen op die de wereld ooit
heeft gezien, die op het hoogtepunt in de jaren '20 van de 20e eeuw
80.000 tot 100.000 arbeiders omvatte in vakbonden die werkten op
basis van anarchistische principes.

Dit resultaat werd niet zonder kosten bereikt: talrijke Cubaanse
anarchisten betaalden er voor met hun leven, gevangenisstraf, of
ballingschap.

Dit is hun verhaal.

- Chaz Bufe, Tucson, Arizona
Een noot over terminologie

In de gehele tekst gebruikt de schrijver de term "libertair" in de
oorspronkelijke zin: als een synoniem voor "anarchistisch". Het werd
bijna uitsluitend in deze zin gebruikt tot de jaren '70 van de 20e eeuw
toen het , in de Verenigde Staten, werd toegepast door de organisatie
met de misplaatste naam Libertarian Party. Deze partij heeft niets te
maken met anarchistische concepten van vrijheid, in het bijzonder de
concepten van gelijke vrijheid en positieve vrijheid - de toegang tot
hulpmiddelen die noodzakelijk is voor de vrijheid tot handelen. In plaats
hiervan houdt de "Libertaire" partij zich uitsluitend bezig met de
negatieve vrijheden, waarbij wordt gedaan alsof vrijheid alleen in de
negatieve zin bestaat, terwijl het tegelijkertijd vasthoudt aan de
ontkenning van gelijke positieve vrijheid voor de overgrote meerderheid
van de mensen in de wereld. Deze "Libertairen" verheerlijken niet alleen
het kapitalisme, het mechanisme dat zowel gelijke vrijheid als positieve
vrijheid voor de overgrote meerderheid ontkent, maar ze wensen ook
het dwangapparaat van de staat te houden terwijl diens functies voor
het sociaal welzijn worden afgeschaft - zo wordt de kloof tussen rijk en
arm groter, en wordt de vrijheid van de rijken groter door die van de
armen te verminderen (terwijl de laars van de staat op hun nekken
blijft).

Aldus is, in de Verenigde Staten, de eens zeer nuttige term "libertair"
ontvoerd door egoisten die in feite vijanden van de vrijheid in de
volledige zin van het woord zijn. Gelukkig blijft, in de rest van de wereld,
in het bijzonder de Spaans sprekende landen, "libertair" ("libertario")
een synoniem voor "anarchistisch". Het wordt in deze zin in dit boek
gebruikt.

*******
*******
****** The A-Infos News Service ******
News about and of interest to anarchists
******
COMMANDS: lists@ainfos.ca
REPLIES: a-infos-d@ainfos.ca
HELP: a-infos-org@ainfos.ca
WWW: http://www.ainfos.ca/
INFO: http://www.ainfos.ca/org

-To receive a-infos in one language only mail lists@ainfos.ca the message:
unsubscribe a-infos
subscribe a-infos-X
where X = en, ca, de, fr, etc. (i.e. the language code)



A-Infos Information Center