A - I n f o s
a multi-lingual news service by, for, and about anarchists **

News in all languages
Last 40 posts (Homepage) Last two weeks' posts

The last 100 posts, according to language
Castellano_ Català_ Deutsch_ Nederlands_ English_ Français_ Italiano_ Polski_ Português_ Russkyi_ Suomi_ Svenska_ Türkçe_ The.Supplement
First few lines of all posts of last 24 hours || of past 30 days | of 2002 | of 2003

Syndication Of A-Infos - including RDF | How to Syndicate A-Infos
Subscribe to the a-infos newsgroups
{Info on A-Infos}

(nl) dusnieuwsartikel 3

From "marco <marco"@eurodusnie.nl
Date Tue, 25 Nov 2003 20:57:19 +0100 (CET)


___________________________________________________
A - I N F O S N E W S S E R V I C E
http://www.ainfos.ca/
http://ainfos.ca/index24.html
-________________________________________________

1.0

De glazen bol van de andersglobaliseringsbeweging
12-11-
2003

Keihard politieoptreden, politieke vervolging van
demonstranten, interne
meningsverschillen over de te volgen strategie
en na te streven doelen, de
verplaatsing van vrijhandelsbijeenkomsten
naar afgesloten of anderszins
voor demonstranten onbereikbare
plaatsen en toenemende inkapseling van de
beweging door het
politieke establishment: het zijn nog maar enkele van
de
ontwikkelingen die de andersglobaliseringsbeweging in haar
bestaan
bedreigen. Hoewel nog lang niet iedere activist het wil
toegeven is de
beweging zo goed als dood. De grote vraag is hoe het
verder moet.

De in juni bij het Griekse Thessaloniki gehouden
Europese Raad was de
laatste Eurotop oude stijl. Lange tijd was het
de praktijk dat iedere zes
maanden - zolang is een land voorzitter van
de EU ministerraad - ook meteen
het merendeel van de ministeriële
vergaderingen in het voorzittende land
plaatsvond. Met de uitbreiding
van de EU van 15 naar mogelijk 25 landen in
het vooruitzicht, werd al
tijdens de in 2000 in Nice gehouden Eurotop
besloten voortaan alle
bijeenkomsten van Europese regeringsleiders in het
Brusselse te
houden. Waar critici van het Tophoppen (1) ondanks enkele
jaren van
geanimeerde discussie binnen de andersglobaliseringsbeweging
niet
in slaagden, zal nu dankzij de Europese Unie wellicht toch lukken,
namelijk
een definitief einde aan het tophop-fenomeen.

Het
rondreizende EU circus heeft onbedoeld en in meerdere
opzichten
bijgedragen aan de opkomst van wat bekend staat als
de
andersglobaliseringsbeweging. De afgelopen jaren groeide de
kritiek op de
Europese eenwording en de rol van de Europese Unie in
het neoliberale
globaliseringsproces. Dit vertaalde zich onder meer in
terugkerende
protesten tijdens de halfjaarlijkse Eurotoppen. Deze
prestigieuze
bijeenkomsten van Europese regeringsleiders vonden
telkens in een andere EU
lidstaat plaats. Het rondreizende en
periodieke karakter van de Eurotoppen
boden de (Europese) sociale
beweging een aantrekkelijk raamwerk waarbinnen
zij haar activiteiten
min of meer structureel kon coördineren en haar
protesten op kon
focussen.
Het waren niet in de laatste plaats de Eurotoppen die het
beeld neerzetten
van één coherente beweging: "de
andersglobaliseringsbeweging". In
werkelijkheid is ze een lappendeken
van talloze bewegingen en organisaties,
die elkaar de ene keer
aanvullen om elkaar een andere keer juist weer tegen
te werken. Nu
de huidige EU voorzitter Italië heeft laten weten dat zij
'hun' Eurotop in
Brussel zal houden (12-13 december 2003), en ook Ierland,
dat de
voorzittershamer in januari 2004 zal overnemen dit heeft besloten,
lijkt
er een einde gekomen aan een lange reeks in het oog
springende
internationale anti-EU mobilisaties. Natuurlijk zal er ook in
Brussel nog
het nodige gedemonstreerd worden, maar het effect en de
verbeeldingskracht
zal minimaal zijn.

Vragen ter voorkoming van
een stille dood

Het EU besluit zich voortaan in haar Brusselse fort te
verschansen staat
niet op zichzelf, maar past in de wereldwijde trend
kapitalistische
onderonsjes buiten het bereik van de andersglobalisten
te houden. Zo vond
de voorlaatste G8 bijeenkomst plaats tussen de
grizzly bears in het
Canadese Kananaskis en koos men de keer
daarop het eveneens geïsoleerde
Franse bergje Evian. Voor zover dit
soort bijeenkomsten nog in de buurt van
de bewoonde wereld worden
gehouden, worden deze beveiligd door krankzinnige
hoeveelheden
leger en politie, waardoor er voor de demonstranten sowieso
geen
doorkomen aan is.
Over deze ontwikkeling hoeft overigens geen traan
te worden gelaten.
Immers, het symbolische en repeterende scenario
waaraan regeringsleiders en
demonstranten zich tijdens de diverse
toppen hielden, maakten de protesten
de afgelopen jaren meer en
meer tot een zinloos ritueel. Terwijl de
regeringsleiders achter de
schermen de buit verdelen en voor het oog van de
camera cadeautjes
uitdelen aan de armen, lopen de demonstranten hun
verplicht rondje
om de kerk of reageren ze zich af op de politie en privaat
eigendom.
Het script van de protesten ligt telkens even vast als de
protocollen van
de 'bestreden' top. Naar het strategische doel van de
protesten is het
steeds meer gissen. Van de aangekondigde blokkades
en
verstoringen komt in ieder geval alsmaar minder terecht. Sinds
de
succesvolle protesten tegen de IMF en Wereldbankbijeenkomst in
Praag (2000)
zijn zo’n beetje alle internationale mobilisaties gesmoord
in
politierepressie of juist door de neoliberale elite ingekapseld.
Wat
overblijft zijn de alternatieve dorpen en de tegentoppen. Deze zijn
best
gezellig, maar hebben met een doordachte en strijdbare strategie
natuurlijk
niets van doen.

Het EU besluit te stoppen met het
rondreizend circus van toppen kan dan ook
gezien worden als een
geschenk aan de andersglobaliseringsbeweging uit
onverwachte hoek.
Het niet onbelangrijke Europese deel van de beweging
wordt nu
immers met de neus op de feiten gedrukt, namelijk dat men haar
eigen
activiteiten grotendeels liet afhangen van de agenda van
haar
tegenstander. De beweging ziet zich door het EU besluit, voor
een aantal
belangrijke vragen geplaatst zoals "Hoe kunnen
toekomstige kapitalistische
besluitvormingsprocessen op een
effectieve manier worden beïnvloed of
gesaboteerd?", "Welke
mogelijkheden zijn er voor de
andersglobaliseringsbeweging om zich in
de toekomst internationaal te
manifesteren?". Beantwoording van deze
vragen is van essentieel belang, wil
de door de
andersglobaliseringsprotesten ontketende bewegingsdynamiek
geen
stille dood sterven. Het diffuse karakter van
de
andersglobaliseringsbeweging maakt een eensluidende
beantwoording van deze
vragen echter al bij voorbaat onmogelijk. De
beweging bestaat immers uit
een groot aantal politieke en
maatschappelijke stromingen die elkaar net zo
vaak aanvullen als
tegenwerken.

Binnen de andersglobaliseringsbeweging kunnen we
een drietal
hoofdstromingen onderscheiden: de Niet Gouvernementele
Organisaties,
parlementair links en een basisdemocratisch deel. De
sterkte van de
afzonderlijke stromingen en de onderlinge
krachtsverhoudingen verschillen
van land tot land. Terwijl in sommige
Europese landen sprake is van een
sterke antikapitalistische stroming,
zijn het in veruit de meeste landen
Niet Gouvernementele Organisaties
(NGO 's) die de boventoon voeren. Het
merendeel van de NGO 's pleit
voor reformistische "oplossingen" voor de
door het neoliberaal
kapitalisme veroorzaakte problemen. Hoewel er de
afgelopen jaren
rond internationale mobilisaties sprake was van enige
coördinatie
tussen de verschillende stromingen doet ieder toch vooral weer
haar
eigen ding. Voor de NGO 's is dat voornamelijk lobbyen, autoritair
links
richt zich op het ' rekruteren' van nieuwe (partij-) leden en kiezers
en
het basisdemocratisch deel zorgt met haar activistische praktijk
voor
het nodige spektakel en speldenprikken.
Gezien de verschillen in
gebruikte middelen en doelen die men nastreeft
ligt het dus voor de
hand dat de eerder geformuleerde vragen door de
afzonderlijke
stromingen op heel verschillende manieren zullen worden
beantwoord.
Dat wil zeggen, als men zich al überhaupt over de vragen buigt
en de
verleiding kan weerstaan om op de automatische piloot dezelfde
weg
verder te gaan. Of we over een tijdje nog steeds kunnen spreken
over één
samenhangende andersglobaliseringsbeweging, met de
betekenis, praktijk en
impact die het de afgelopen jaren heeft gehad, is
vooralsnog maar zeer de
vraag.

De belangrijkste kracht als zwakste
punt

De kans is groot dat de beweging uiteen zal vallen. Signalen die
in deze
richting wijzen zijn er volop. In de "diversiteit" ligt namelijk niet
enkel
de belangrijkste kracht, maar ook het zwakste punt van
de
andersglobaliseringsbeweging. In de hoogtijdagen van de
beweging, rond de
WTO top in Seatlle (1999), werden de onderlinge
meningsverschillen nog
tijdelijk aan de kant gezet, maar die tijd lijkt
inmiddels voorgoed
voorbij. De meningsverschillen over nagestreefde
doelen komen steeds meer
op de voorgrond te staan. Niet in de laatste
plaats komt dit omdat na jaren
protesteren tegen het mondiaal
kapitalisme activisten meer dan ooit de
behoefte hebben om
alternatieven voor het neoliberalisme te formuleren, en
dat de door de
verschillende deelbewegingen nagestreefde alternatieven
elkaar lang
niet altijd verdragen is inmiddels wel duidelijk. Ook over de
te
gebruiken middelen wordt stevig gebakkeleid. Waar de ene pleit
voor
geduld en dialoog met de maatschappelijke elites wil de ander de
bestaande
machtsstructuren eenzijdig en liefst vandaag nog, tot de
grond toe afbreken.
Het politieke en economische establishment
maakt in elk geval handig
gebruik van de verschillende zienswijzen
binnen de beweging en speelt de
'goede' (parlementaire) en 'slechte'
(antiparlementaire) andersglobalisten
handig tegen elkaar uit. Eén
gevolg van het verdeel en heers-spel is dat
NGO 's, in navolging van
overheden, de internationale
vrijhandelsorganisaties en het
bedrijfsleven, steeds openlijker voor
corporatistische "oplossingen"
pleiten voor de problemen die het
neoliberalisme veroorzaakt. Deze
"oplossingen" gaan uit van de
vooronderstelling dat de in het
kapitalisme gecreëerde tegenstellingen op
zichzelf geen probleem zijn,
maar dat welvaart en welzijn voor 's werelds
massa's valt of staat met
een goede samenwerking tussen overheid,
bedrijfsleven en de civiele
sector (NGO's, vakbonden e.d.).

De vrijage tussen bovengenoemde
maatschappelijke elites is een groeiende
bron van irritatie voor het
basisdemocratische kamp. Het laatstgenoemde
deel van de
andersglobaliseringsbeweging bestaat overigens uit
verschillende
fracties die met elkaar delen dat zij streven naar een
horizontale
manier van het samenleven organiseren. Bezien vanuit dit
streven
naar een postparlementair en antikapitalistisch alternatief ziet ze
de
toenadering tussen elites dan ook als niet veel minder dan verraad
aan
de beweging. De irritatie wordt nog verder vergroot door de manier
waarop
de veelal rijke en internationaal opererende NGO 's zich
voortdurend
opwerpen als woordvoerders van de beweging. Terwijl
demonstranten buiten de
rode zones veroordeeld zijn tot traangas
happen, houden de
buitenparlementaire vertegenwoordigers van de
civiele sector vanuit de
belegerde conferentieoorden zelf, hun pleidooi
voor ‘hervorming van het
kapitalisme’. Dit wordt hun door veel
andersglobalisten niet in dank
afgenomen, want niet alleen is de "NGO
boodschap" een stuk minder radicaal
dan die van menig demonstrant,
ook op het democratische karakter en
politieke onafhankelijkheid van
de civiele sector valt het nodige af te
dingen. Wie, bijvoorbeeld,
vertegenwoordigen de dikwijls met veel
overheidsgeld in stand
gehouden en hiërarchisch georganiseerde NGO
‘s
eigenlijk?

Tegenover een moeizame relatie tussen
basisdemocraten en niet
gouvernementelen staat een vaak innige
relatie tussen laatstgenoemden en
parlementair links. Deze komt
internationaal onder meer tot uiting binnen
het World Social Forum
(WSF), een verzameling linkse (buiten-)
parlementaire organisaties,
partijen en bewegingen, dat de afgelopen jaren
in tal van landen, maar
ook op regionaal niveau navolging heeft gekregen.
Het WSF is de
tegenhanger van het World Economic Forum (WEF). Het WEF is
een
netwerk van circa duizend multinationale ondernemingen dat behalve
haar
jaarvergadering in het Zwitserse Davos, eveneens nationale en
regionale
afdelingen kent. Binnen het WSF en haar regionale
vertakkingen worden de
sleutelposities ingenomen door NGO 's en
linksige partijen, waaronder
sociaal democraten, neo- en
postmarxisten en Groenen. Terwijl het WEF de
belangrijkste
"dissidente" elites (NGO's en parlementair links) probeert te
winnen
voor het corporatisme, in Nederland vormgegeven in het
poldermodel,
pleit het WSF voor het reanimeren van de
verzorgingsstaat en het versterken
van het Europese machtsblok als
tegenwicht voor het Amerikaans
imperialisme. Ook in Nederland
hebben NGO ’s en parlementair links elkaar
gevonden in het
verdedigen en ophemelen van de verzorgingsstaat. Een
fraai
voorbeeld van hun samenwerking is het platform “Keer het Tij”,
waar (naar
eigen zeggen) 350 organisaties bij zijn aangesloten. Het
platform
mobiliseert momenteel in Nederland voor deelname aan het
komende Europees
Sociaal Forum in Parijs. Ook de onder veel
buitenparlementaire activisten
populaire Socialistische Partij gaat met
bussen naar Parijs. De boodschap
van het platform en SP is
eenvoudig: behoud de verzorgingsstaat, stem links.

Terwijl NGO 's
en parlementair links elkaar dus veelal goed verdragen,
verlopen de
contacten tussen laatstgenoemden en het basisdemocratische
deel
van de andersglobaliseringsbeweging ronduit stroef. Met name
het conflict
tussen de autoritaire en anti-autoritaire stroming van het
socialisme zit
diep. Het conflict komt er in het kort op neer dat
eerstgenoemde de
staatsmacht wil grijpen om deze later ("wanneer de
arbeidersklasse er klaar
voor is", mogelijk) alsnog af te schaffen. De
basisdemocratische beweging
beargumenteert dat het in stand houden
van de kapitalistische
machtsstructuren onherroepelijk zal leiden tot
een nieuwe dictatuur. Ze
stelt dan ook dat doel en weg dezelfde
moeten zijn. In revolutionaire
tijden leidden de verschillende
zienswijzen regelmatig tot bloedige
opstanden en zuiveringen
(Kronstadt (1921), Spaanse Revolutie (1936) etc),
waar steevast de
‘anti-autoritairen’ het onderspit dolven. Dat het conflict
tussen
autoritairen en anti-autoritairen alles behalve geschiedenis is
bewijzen
de gebeurtenissen tijdens de afgelopen Eurotop in Thessaloniki.
De
Griekse communistische partij had aangekondigd de stad - samen
met de
politie - te zullen beschermen tegen het (anarchistische) zwarte
blok, die
volgens haar toch voornamelijk uit CIA provocateurs bestaat.
Datzelfde
zwarte blok stichtte daarop in de stad brand in een bijkantoor
van de
communistische partij. Een directe confrontatie tussen
aanhangers van beide
kampen kon uiteindelijk maar ter nauwer nood
worden voorkomen.

De gouvernementelen en het corporatistische
project

Het einde van het tophop-tijdperk zal voor
alle
andersglobaliseringsstromingen niet zonder gevolgen zijn. Voor de
NGO 's
betekent het einde van de spectaculaire
andersglobaliseringsprotesten
allereerst een enorme beperking in hun
mogelijkheden zich te presenteren
als "de redelijke kant van de
beweging". Hoewel men nog wel even kan teren
op de dankzij de
andersglobaliseringsprotesten verworven status en positie,
zal haar
macht in de politieke arena, met een tanende
tophopbeweging,
waarschijnlijk snel afnemen. Tot voor kort, toen
de
andersglobaliseringsbeweging nog machtig was, kon men af en toe
nog dreigen
met een boycot van de door overheden georganiseerde
consultatierondes, maar
of we dat nog vaak gaan meemaken valt te
betwijfelen. Het tegen elkaar aan
schurken van gouvernementelen en
niet-gouvernementelen zou zich overigens
ook los van de
verdwijnende tophopbeweging hebben voltrokken, zei het
wat
langzamer en minder vergaand. Overheden en NGO ’s bijten
elkaar niet, ze
hebben elkaar juist nodig. Het is net zo goed in het
belang van overheden
om het sociaal liberale deel van de
andersglobaliseringsbeweging aan boord
van het corporatistisch
project te krijgen, als het het streven is van NGO
’s om overheidsbeleid
te beïnvloeden.
Wanneer de westerse overheden er definitief in slagen
de belangrijke NGO’s
voor haar "compromissen" te winnen zal dit voor
de beweging als geheel
grote gevolgen hebben. De door de NGO’s
uitgedragen reformistische
boodschap heeft binnen de
andersglobaliseringsbeweging immers getalsmatig
de meeste
aanhang, en onder de publieke meningsvormende elites de
meeste
invloed (en andersom). Uit de beweging losgeweekte NGO ’s
zal de beweging
uiteindelijk nog verder verzwakken en bovendien de
toch al schamele toegang
van antikapitalisten tot het maatschappelijke
debat nog verder terugdringen.
Dat het corporatisme binnen NGO
kringen in opmars is constateert ook de
denktank SustainAbility. In
haar rapport “The 21st Century NGO: In the
Market for Change”, dat
door de Nationale Commissie voor Internationale
Samenwerking en
Duurzame Ontwikkeling (NCDO) wordt verspreid, stelt zij:
“Een
toenemend aantal maatschappelijke organisaties werkt samen
met
bedrijven en overheden in een poging om het marktsysteem te
hervormen. De
jaren van confrontatie lijken voorbij.”

We hoeven ons
geen enkele illusies te maken over wat men bedoelt met
hervorming
van het (kapitalistische) marktsysteem. Kapitalisme heeft zich
sinds
het de fakkel overnam van het feodalisme voortdurend ‘hervormd’
en
het is overduidelijk welke kant het op gaat. Het moderne
(parlementair)
kapitalisme beleeft echter momenteel de grootste imago
en
legitimiteitscrisis sinds decennia en het is deze crisis die men met
hulp
van NGO ’s wil repareren. Aangezien het binnen grote NGO ’s
wemelt van
linksige parlementairen, die maar al te graag plaats nemen
aan de
onderhandelingstafels en dromen van het grijpen van de
staatsmacht, is het
bepaald niet onwaarschijnlijk dat heel wat
organisaties daarin zullen meegaan.

De laatste stuiptrekkingen van
parlementair links

Voor zover parlementair links iets aan de
andersglobaliseringsbeweging
heeft bijgedragen was het tot de
versaaiing en institutionalisering ervan.
Haar belegen en gortdroge
concepten als "massa" en "klassenstrijd" hebben
niet alleen het
publieke debat op een dood spoor gebracht, ook heeft men de
praktijk
van de andersglobaliseringsbeweging voor een groot deel van
haar
aanvankelijke anarchistische praktijk ontdaan. Spontane acties
en wilde
plannenmakerij maakten steeds meer plaats voor strak
geregisseerde
protesten die de macht van de massa's moeten tonen.
Parlementair links trad
zo in zekere zin op als verlengstuk van het
gezag die, zeker in de
begintijd van de beweging, de grootste moeite
had de boel (weer) onder
controle te krijgen. De eerder beschreven
plannen van de Griekse
communistische partij, die Thessaloniki
(samen met de politie) zou
beschermen tegen de "zwarte horden", zijn
hier een stuitend voorbeeld van.

Het verdwijnen van de
tophopbeweging betekent voor parlementair links
vooral een
belangrijke beperking van haar mogelijkheden om nieuwe aanhang
te
rekruteren voor hun achterhaalde gedachtegoed, al zal er
natuurlijk
altijd wel een markt blijven voor een parlementair
links
"quasi-alternatief". Parlementair links heeft in Europa overigens
maar
matig weten te profiteren van de opleving van het
antikapitalistisch
sentiment. Overal om ons heen is ze op haar retour,
is het niet
getalsmatig, dan wel inhoudelijk (doordat men verrechtst).
Alle linkse
pogingen om de markt onder (parlementair) democratische
controle te brengen
of houden zijn gestrand. Vandaag de dag is het
meer dan ooit de economie
die regeert. Links staat er bij en kijkt er
naar, zonder een idee te hebben
wat men er aan kan doen. Terwijl de
traditionele sociaal democratische
partijen zich ontdoen van hun
laatste ideologische veren komt klein links
niet veel verder dan
nostalgisch dagdromen over die goeie ouwe tijd, toen
de
verzorgingsstaat er nog voor de mensen was. Maar helaas, hoewel
de
afgelopen decennia in tal van landen parlementair links aan de
macht is
geweest, kunnen we niet anders dan constateren dat het
kapitalisme meer dan
ooit tevoren regeert. Het geeft eens temeer het
failliet van de
parlementaire strategie aan. Hoewel men nooit de beer
moet verkopen voordat
ze geschoten is, heeft het er alle schijn van dat
we met de door haar
gespeelde rol binnen de
andersglobaliseringsbeweging getuige zijn geweest
van een van haar
laatste stuiptrekkingen. Dat wil overigens niet zeggen dat
we niets
meer zullen horen van Parlementair Links. Men zal
ongetwijfeld
onverdroten doorgaan met het vervullen van haar
belangrijkste taak in de
parlementaire democratie: het kanaliseren van
onvrede en neutraliseren van
verzet. Zo zal men blijven deelnemen
aan het verkiezingscircus, oproepen
tot folkloristische protesten en
pleiten voor iets wat zich misschien nog
het beste laat omschrijven als
‘kapitalisme met een menselijk gezicht’.

Basisdemocratische
beweging: van hoofdrol naar figurant

Wie zich het liefst buiten de
parlementaire kaders begeeft is de
basisdemocratische beweging. Het
einde van de tophop-beweging zal ook voor
dit deel van de
andersglobaliseringsbeweging de nodige consequenties hebben.
Wie
trouwens niet beter weet zou gemakkelijk kunnen denken dat
de
andersglobaliseringsbeweging tijdens de inmiddels legendarische
WTO protest
(1999) in Seattle is ontstaan. In werkelijkheid is
de
andersglobaliseringsbeweging veeleer een doorstart van de
aloude
antikapitalistische beweging die zich, ontdaan van het
marxistische
keurslijf dat haar in de jaren zeventig en tachtig zo
overheerste,
uitermate diverse protestbewegingen en NGO’s met
elkaar wist te verbinden.
De rol van het internet kan hierbij niet worden
overschat. Seattle was dus
niet zozeer het begin van een beweging,
maar het markeerde wel het moment
dat het establishment niet langer
om de kritiek van de beweging heen kon.
Dit kwam niet uitsluitend
door de protesten; ook het mondiger worden van de
arme landen doeg
hiertoe bij.
In de jaren rond Seattle speelden Westerse anarchisten
binnen de beweging
een hoofdrol. Terwijl NGO ’s onderzoek deden en
lijvige rapporten
publiceerden over de gevolgen van neoliberale
globalisering introduceerden
de anarchisten, binnen de ontluikende
beweging, hun op decentralisme
gebaseerde en actiegerichte
organisatievormen zoals netwerken en
affiniteitsgroepen (2). Een
belangrijke verbindende rol was die dagen
weggelegd voor het
Peoples Global Action netwerk (3). Met de op autonomie
en
zelforganisatie gebaseerde decentrale actiemethoden wist men
tijdens
internationale mobilisaties aanvankelijk politiek (en politie)
te
verrassen. Het verrassende kon natuurlijk nooit lang standhouden.
De
protesten begonnen zich wat betreft vorm als snel te herhalen.
Bovendien
leerden de internationaal samenwerkende politiediensten er
snel mee omgaan.

Een goed voorbeeld van de invloed van
anarchisten in de
andersglobaliseringsbeweging zijn de sinds 1998
toonaangevende wereldwijde
actiedagen. Het idee achter deze
decentrale actiedagen is om in plaats van
iedereen naar één ergens
op de wereld gehouden vrijhandelstop te laten
afreizen, mensen op te
roepen op één en dezelfde dag in hun eigen stad of
dorp een actie te
organiseren en zo uitdrukking te geven aan het
wereldwijde karakter
van het protest. Aanvankelijk maakten de protesten
veel indruk zoals
op 18 juni 1999, toen in tientallen landen mensen de
straat opgingen
om te demonstreren tegen de G8, op 30 november van
hetzelfde jaar,
tijdens de WTO bijeenkomst in Seattle en op 26 september
het jaar
daarop in Praag de Wereldbank en het IMF bijeenkwamen. Het
waren
ongetwijfeld de hoogtijdagen van de
andersglobaliseringsbeweging. Afgelopen
jaar vond er wederom een
succesvolle wereldwijde actiedag plaats. Dit maal
vond het protest niet
plaats in het kader van de
andersglobaliseringsbeweging, maar ging
het om een protest tegen de toen
aanstaande oorlog tegen Irak. Op 15
februari 2003 gaven miljoenen mensen
gehoor aan een oproep van
het WSF en gingen de straat op. Aan deze door het
"autoritaire" WSF
uitgeroepen actiedag gaven ook heel wat anti-autoritairen
gehoor.
Veruit de meeste van hen kozen er voor mee te doen met de
door
(buiten-) parlementair links georganiseerde demonstraties.
Tijdens de
slaapverwekkende wandeltochten klonk overal ter wereld
de bekende
anti-imperialistische klaagzang van parlementair links.
Geen regering die
er zich iets van aantrok, maar voor parlementair
links was het in ieder
geval wel een mooie PR stunt. Het fenomeen
van de wereldwijde actiedag
lijkt daarmee, tenminste in haar huidige
versaaide en
geïnstitutionaliseerde vorm, haar beste tijd wel te hebben
gehad.

Een andere belangrijke rol die anarchisten speelden is die als
initiator en
organisator van de protestacties. Anarchisten stonden niet
alleen aan de
basis van enkele indrukwekkende internationaal
gecoördineerde actiedagen,
maar fungeerden ook als een soort
internationale brigade nieuwe stijl. Een
uitermate mobiele en van
samenstelling wisselende kern van internationale
activisten volgde,
met telkens enkele weken of maanden voorsprong, de
agenda van de
wereldleiders om ter plekke plaatselijke activisten te helpen
met de
voorbereiding van de protesten. Dit gebeurde zelden als gevolg
van
een te voren uitgedacht plan, veeleer spontaan. Het enthousiasme
en impact
op de bewegingsdynamiek was er echter niet minder om.
Dankzij de toegenomen
mobiliteit van activisten ontstond op de
tophoplokatie zelf telkens een
boeiende wisselwerking tussen lokale
groepen en de internationale
activisten die geleidelijk aan leidde tot
een in brede activistenkringen
erkende verzameling actie en
organisatievormen. Voorbeelden hiervan zijn
het consensus-
besluitvormingsproces en het organiseren in
affiniteitsgroepen.

Anarchistische organisaties ondersteunden de
andersglobaliseringsbeweging
verder nog met een breed scala aan
faciliteiten. Sociaal-culturele
vrijplaatsen (overigens lang niet altijd
gekraakt) fungeerden als fysieke
schakels tussen de verschillende
organisaties en verzetshaarden en vormden
een noodzakelijke en
duurzame aanvulling op de vluchtige actiemomenten en
het internet.
Menig campagne is begonnen met een infotoer langs "de
bekende
plekken". Verder kun je bij faciliteiten ook denken aan de
talloze vrije
mediaprojecten (radio's en periodieken), actiekeukens,
coöperatieve
drukkerijen, autonome busbedrijfjes e.d.. Veel van de
hierboven genoemde
activiteiten vonden overigens plaats achter de
schermen.

Na globalisme het lokalisme

De hoofdrol van
"horizontalen" in de beweging nam evenredig af met de
toename van
parlementair links binnen de andersglobaliseringsbeweging.
Het
zorgde er deels voor dat de beweging steeds minder bewoog,
todat ze na de
gebeurtenissen in Genua en New York helemaal stil
kwam te staan. Hoewel het
natuurlijk moeilijk is in algemene termen
over een wereldwijd vertakte en
diverse beweging te spreken, zijn
binnen de westerse basisdemocratische
beweging inmiddels wel
enkele nieuwe tendensen te ontwaren. Zo wordt,
terwijl enkele jaren
lang de grote internationale mobilisaties centraal
stonden, nu vooral
(en opnieuw) het belang van lokale actie benadrukt. De
basis van dit
‘lokalisme’ ligt in het besef dat kapitalisme meer is dan
internationale
bijeenkomsten van zakenmannen en politici. Waar NGO ’s
en
parlementair links alleen maar oog lijken te hebben voor het
beïnvloeden
van kapitalistische machtscentra stellen de anti-
autoritairen dat zolang
mensen zich als schapen blijven gedragen
iedere revolutie gedoemd is te
mislukken. Kapitalisme, zo stellen zij, is
meer dan enkel een economisch
model en manifesteert zich in alle
uithoeken van de samenleving en alle
facetten van het samen leven.
Bovendien is kapitalisme niet de enige bron
van uitsluiting en
onderdrukking. Ook patriarchaat en racisme veroorzaken
heel wat
ellende.

Terwijl (buiten-) parlementair links pleit voor indirecte actie:
'actie met
het doel politici te overtuigen iets te doen aan andermens
probleem', gaat
het er bij directe actie om dat mensen hun problemen
zelf (leren) oplossen.
In feite is directe actie niets anders dan
basisdemocratie in de praktijk
en omdat het er bij een basisdemocratie
om gaat besluitvorming terug te
brengen naar diegene op wie de
besluiten van toepassing zijn, is de actie
natuurlijk al snel lokaal. Dit in
tegenstelling tot een parlementaire
democratie waar besluiten centraal
en top-down worden genomen en acties ter
beïnvloeding van het
parlement zich op beroepspolitici richten die hun
hoofdkwartieren in
b.v. Den Haag of Brussel hebben. De lokale directe
acties kennen
verschillende vormen en doelen. Een aanzienlijk deel kan
worden
geschaard onder de noemer "activisme". Het betreft door
vluchtige
samenwerkingsverbanden zoals actiegroepen en
actiecomités, en om dikwijls
wisselende thema's, uitgevoerde
prikacties. Het doel kan het door sabotage
bereiken van direct
resultaat, het bevorderen van bewustwording en (hoewel
dat met
directe actie eigenlijk niet de bedoeling is) het beïnvloeden
van
parlementaire besluitvorming. Activisme, wat sommigen ook wel
actievoeren
om het actievoeren noemen(4), blijkt in praktijk vooral een
bezigheid voor
hoger opgeleide blanke jongeren. Activisme is daarmee
(net als
partijpolitiek) een vorm van elitarisme, hoewel de activisten in
kwestie
hier zelf (meestal) helemaal niet naar streven.

Een veel
kleiner deel van lokale, directe actie is gericht op de opbouw
van
duurzame basisdemocratische organisaties zoals federaties,
coöperaties,
collectieven etc. en het opzetten van voor deze
organisaties benodigde
ruimtes in zelfbeheer (vrijplaatsen , woon-en
werkruimtes e.d.). Dat is
jammer, want alleen duurzame
samenwerkingsverbanden als deze kunnen tezamen
het toegankelijk,
transparant postparlementair alternatief vormen dat de
organisatie van
de samenleving ter hand kan nemen, want om het ontwikkelen
en aan
de mens brengen van een alternatief gaat het uiteindelijk toch.
De
‘lokalisering van het verzet’ is dus weliswaar een stap in de
goede
richting; het is op zichzelf niet genoeg, noch is het een garantie
voor
succes. Ook een lokale actie kan verkeerd uitpakken, zelfs
contraproductief
zijn.

Nieuw zwaartepunt

Op de vraag hoe het
verder moet wordt al met al heel verschillend
gereageerd. Parlementair
links is zo goed als failliet. Alleen een kleine
minderheid van
marxistische die-hards heeft de hoop op het ontwaken van
de
arbeidersklasse nog niet opgegeven, maar jammer voor hen: in
een
samenleving die tot één grote marktplaats is verworden stemt
de
arbeidersklasse rechts. De niet gouvernementelen proberen hun
afgelopen
jaren dankzij de andersglobaliseringsbeweging verdiende
winst te
verzilveren en eisen een plaatsje aan de tafel van de macht,
maar aangezien
de economie regeert valt daar eigenlijk niet veel meer
te beslissen. De
marges zijn smaller dan ooit.
De westerse
basisdemocratische beweging lijkt bezig met een
terugtrekkende
beweging en weet het blijkbaar even niet meer. Bij
gebrek aan een eigen
strategie vervalt men steeds vaker in het op
ambivalente wijze volgen van
door autoritaire andersglobalisten
geïnitieerde acties, om zich vervolgens
op geforceerde wijze van
diezelfde ‘reformisten’ te distantiëren. In de
praktijk vertaald zich dit in
een apart anarchistisch actiekamp tegen de G8
top in Evian, een apart
libertaire Forum tijdens de Sociale Forums zoals in
Florence en Parijs
en aparte zwarte- of pink silver blokken in
demonstraties. Van een
vernieuwende, eigen strategie, autonoom of binnen
een bredere
andersglobaliseringsbeweging is al lang geen sprake meer.

Anno
2003 kunnen we niet anders dan constateren dat de
parlementaire
democratie wereldwijd in een grote legitimiteitscrisis
verkeert. Terwijl in
het westen de laatste restjes verzorgingstaat
worden ontmanteld, groeit
onder de bevolking de weerzin tegen de
tegenstellingen die de parlementaire
democratie creëert. Ook de
overduidelijke ontdemocratisering van de
samenleving wordt door
velen met lede ogen aangezien.
Wie in Europa zich succesvol hebben
getoond in het kanaliseren van de
onvrede, zijn rechts-populistische
partijen zoals de LPF, de FPÖ
(Oostenrijk) en het Vlaams Blok. Deze
partijen presenteren zich als
anti-establishment en beloven de kiezers
een 'nieuwe politiek' met
bijbehorend sterk moreel leiderschap. In
praktijk blijkt de zogenaamde
'nieuwe politiek' een onsamenhangende
mengeling van conservatisme en
xenofobie. Heel wat rechts-
populistische partijen worden gekenmerkt door
schandalen en geruzie
en men doet, ondanks het antiregentenverhaal, er
juist alles aan om zo
snel mogelijk bij het establishment te horen.

Het is veelzeggend en
triest dat het antiparlementair sentiment zich door
het rechtspopulisme
laat kanaliseren en zich niet vertaald in een groeiende
interesse naar
een postparlementair basisdemocratisch alternatief. Aan
de
rechtspopulisten heeft het niet gelegen, die hebben er overal in
Europa een
zooitje van gemaakt.
Hoewel met name de
anarchistische beweging zich kan beroepen op een
inspirerend
verleden en beschikt over werkbare organisatiemodellen weet
men
deze echter niet te vertalen in een voor veel mensen
aanspreekbaar
alternatief. Vernieuwing is daarom essentieel. De
beweging moet weer
bewegen. Het zwaartepunt zal de komende jaren
daarom moeten liggen bij het
opzetten van toegankelijke en
transparant georganiseerde basisdemocratische
organisaties. Deze
organisaties zouden mensen niet alleen een
organisatorische basis
moeten bieden waar vanuit collectieve actie kan
worden gevoerd, ze
zouden politiek weer tot iets moeten maken voor
iedereen. We hebben
nog een lange weg te gaan.

Noten:
(1) Tophoppen: Tophoppen: Het
voortdurend organiseren, of bezoeken van
internationale protesten
rond bijeenkomsten van kapitalisten. De critici
van het Tophoppen
stellen onder meer dat de focus op internationale
mobilisaties vooral
de aandacht afleidt van de opbouw van (voor veel meer
mensen)
toegankelijke lokale antikapitalistische strijd. Ook stellen zij
dat je i.p.v.
de agenda van je tegenstander volgen beter aan een eigen
agenda
kan hebben en wel één die het spektakel van de tophop
protesten
overstijgt en kapitalisme juist demystificeert tot reële
bevechtbare
proporties.
(2) lees over basisdemocratische
organisatievormen en directe actie
http://basisdemocratie.tk
(3)
http://www.agp.org en http://www.pgaconference.org
(4) Give up
Activism, http://www.eco-
action.org/dod/no9/activism.htm

Marco






*******
*******
****** The A-Infos News Service ******
News about and of interest to anarchists
******
COMMANDS: lists@ainfos.ca
REPLIES: a-infos-d@ainfos.ca
HELP: a-infos-org@ainfos.ca
WWW: http://www.ainfos.ca/
INFO: http://www.ainfos.ca/org

-To receive a-infos in one language only mail lists@ainfos.ca the message:
unsubscribe a-infos
subscribe a-infos-X
where X = en, ca, de, fr, etc. (i.e. the language code)



A-Infos Information Center